Substitutie door elektrisch fietsen

Elektrische fietsen zijn de succesvolste variant van elektrische voertuigen en ze verkopen zichzelf!

Elektrische auto’s hebben allerlei beperkingen ten opzichte van de traditionele brandstofauto. Belangrijkste nadeel is wel dat de actieradius veel kleiner is, ergens tussen de 80 en de 150 kilometer en de meeste mensen durven niet tot de laatste kilometer door te rijden, dus de actieradius is feitelijk nog kleiner. Verder is het laden nogal langdurig en laadpalen zijn schaars. Hoewel elektriciteit veel goedkoper is dan benzine, zijn de aanschafkosten nogal hoog, dus een flinke financiële stimulans van de overheid is noodzakelijk.

Elektrische fietsen daarentegen hebben veel voordelen. Het belangrijkste verschil met elektrische auto’s is dat ze de actieradius voor de doorsnee fietser niet verkleinen, maar juist vergroten. Laten we even van dichtbij kijken.

Elektrisch fietsen is bezig aan een snelle opmars in Nederland en de rest van de wereld (sowieso neemt fietsen elders in de wereld in hoog tempo toe). Verreweg de meeste e‑bikes worden verkocht in China (90%) en overig Azië (5%). Van de in Europa verkochte fietsen gaat de helft naar Nederland en Duitsland. Hoewel in Nederland de fietsverkoop daalt, stijgt deze van elektrische fietsen en is 1 op de 5 nieuw verkochte fietsen een e-bike.

Er bestaan ruwweg twee soorten, namelijk fietsen met trap­onder­steuning tot een wettelijk maximum van 25 km/u, en fietsen die veel meer ondersteuning geven en zelfs wel tot 45 km/u kunnen halen. De wet ziet ze als bromfietsen waarvoor een verzekering nodig is, een helm, hoewel verstandig, is niet vereist. Met volledige trapondersteuning wordt ongeveer 50 kilometer gehaald, voor de meeste ritten ruim voldoende; met minder ondersteuning neemt de actieradius toe. Opladen gaat gewoon in de schuur of kelderbox.

Een belangrijke mobiliteitsvraag speelt rond generatie of substitutie. Genereert elektrisch fietsen extra verplaatsingen? Of, nog interessanter, worden bestaande verplaat­singen per fiets, auto, scooter of openbaar vervoer vervangen door de e-bike? Indien deze in de plaats komt van de auto, de scooter of het openbaar vervoer, dan winnen zowel milieu als gezondheid. Als echter vooral de spierkrachtfiets vervangen wordt, dan is het een ander verhaal. Daaraan gelinkt is het bovendien de vraag welke verplaatsingen gesubstitueerd worden: in de vrije tijd of ook utilitaire trips, waaronder woonwerkverkeer? Inmiddels is er enig onderzoek gedaan dat ook duidt op het laatste.

In een studie die vorig jaar is uitgevoerd aan de TU Delft (Lee et al., 2014) zijn elektrische fietsers uit het gehele land gevraagd naar hun persoonskenmerken, de kenmerken van hun elektrische fiets en hun gebruik. Bovendien is hen gevraagd om een dag lang een verplaatsings­dagboekje bij te houden.

De elektrische fietsers bleken gemiddeld 60 jaar oud, driekwart van hen zijn 55plus, iets meer vrouwen dan mannen. Per huishoudens zijn gemiddeld 1.38 e-bikes plus nog 2 andere fietsen en een auto. De e-bikes worden voornamelijk gebruikt voor recreatie, winkelen en in mindere mate voor woonwerkverkeer. Generatie van extra ritten vindt relatief weinig plaats: de meeste verplaatsingen zijn ter vervanging van andere.

Substitutie komt van twee kanten: hoewel de respondenten aangeven dat 41% van de trips anders zou zijn gemaakt met een gewone fiets, wordt aangegeven dat 40% korte autoritten en 6% scooterritten vervangt en enkele procenten het OV. Kortom, de elektrische fiets draagt bij aan duurzaamheid.

De elektrische fiets is dus nog vooral populair onder ouderen die dankzij de trapondersteuning meer zijn gaan fietsen. Opvallend is het sterke verschil met China, waar jonge forenzen de grootste doelgroep vormen, die eerder met de bus gingen. Toch is er zeker potentie voor jongere leeftijdsgroepen in Nederland, onder andere voor woonwerkverkeer omdat door (veel) hogere snelheden grotere afstanden mogelijk zijn. Het is onontkoombaar dat de elektrische fiets daarbij niet alleen de auto vervangt, maar ook de conventionele fiets. Maar wellicht worden wel langere afstanden overbrugd en wordt bij wind minder vaak uitgeweken naar de auto.

Het lijkt dus verstandig om de elektrsiche fiets ruim baan te geven. Maar toch is een kanttekening daarbij nog op z’n plaats. Er vindt momenteel een fragmentarisering van vervoermiddelen plaats, variërend van spierkrachtfietsen tot elektrische fietsen met beperkte of intensieve trapondersteuning, maar ook van een variëteit aan scooters tot autootjes voor lage snelheden. De huidige praktijk is dat ze allemaal op het fietspad terecht komen, dat daarmee een bizar soort alternatievenpad wordt. De ruimte voor alternatieven voor de auto dient dus fors te worden uitgebreid, wellicht ten koste van de auto zelf. Of we gaan toe naar shared space, waarin alle soorten voertuigen het maar met elkaar moeten uitzoeken. Toch pleit ik ervoor dat er aparte ruimte blijft voor voortbewegen op spierkracht (fietsen zonder hulpmotor, wandelen). Doen we dat namelijk niet, dan komen de spierkracht-verkeersdeelnemers steeds meer op achterstand te staan.

Maar in ieder geval is het mooi dat er zich alternatieven voor de auto aandienen die gezonder en minder belastend zijn voor milieu, ruimte en verkeersdoorstroming.

 

Be Sociable, Share!
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *